Yo. Ik ben
niet oké.
We spraken studenten, medewerkers en experts en onderzochten wat er gebeurt als het even niet loopt.
Binnen en buiten VISTA zien we dat veel studenten verschillende vormen van druk ervaren. Soms door school, soms door wat er thuis speelt, en vaak door alles tegelijk. In gesprekken horen we dit steeds vaker terug. Daarom richten we ons dit seizoen op wat er gebeurt wanneer het even niet lekker loopt, en op de manieren waarop studenten – maar ook medewerkers en partners – daar doorheen bewegen. Met een nieuwsgierige blik en via openhartige gesprekken. We verzamelen verhalen die laten zien wat er achter de schermen speelt, welke steun helpt en wat studenten nodig hebben om goed te kunnen leren, werken en leven. Want onderwijs gaat óók over de wereld waarin studenten zich bevinden. En die verandert sneller dan we denken.
“Natuurlijk heb ik dipjes gehad”, zegt Faye Heuts, studente Zakelijke dienstverlening bij VISTA en lid van de Centrale Studentenraad (CSR). “Geen depressiviteit – absoluut niet – maar gewoon van die dipjes die zich voordoen. Dan kom ik er weer bovenop en ben ik weer de oude ik, die hartstikke vrolijk is en in de douche zingt, dankbaar is voor alles wat ik heb, voor mijn vriend en vriendinnen en de mooie stage die ik heb.”
Wat Faye aangeeft, is terug te zien in de cijfers. In het mbo geeft bijna één op de acht studenten aan dat het mentaal slecht gaat (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 2024). In Zuid-Limburg liggen de zorgen nog hoger (Gezondheidsatlas Zuid-Limburg, 2024). Jongeren noemen prestatiedruk, sociale verwachtingen, financiële stress en een constante stroom aan prikkels als belangrijkste oorzaken.
“Juist daarom vind ik het ook zo belangrijk dat mijn generatie makkelijker zegt: ‘Yo, ik ben niet oké. Doe effe rustig aan.’ Er is een tijd geweest waarin niemand over mentale gezondheid praatte. Terwijl als je er maar mee blijft zitten, blijf je in je hoofd hangen en kom je er niet uit. Ik heb dat ook best wel dichtbij meegemaakt, in mijn familie. Dus ik ben heel blij dat de generatie van nu meer durft te praten over gevoelens.”
“Als je er maar mee blijft zitten, blijf je in je hoofd hangen en kom je er niet uit”
De zoektocht naar een plek
Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOBmbo), de landelijke jongerenorganisatie die mbo-studenten vertegenwoordigt hoort meer van dit soort verhalen. Via studentenraden, schoolbezoeken en duizenden gesprekken verzamelen ze wat mbo’ers dagelijks ervaren: waar ze tegenaan lopen, wat beter kan en waar ze behoefte aan hebben. “Prestatiedruk is echt een groot en blijvend thema onder mbo-studenten”, zegt Lotte Aartse van JOBmbo. “Vooral aan het begin van hun opleiding, wanneer ze nog niet precies weten wat ze kunnen verwachten. En tijdens hun stage: de zoektocht naar een plek, de hoge verwachtingen van bedrijven en tegelijkertijd de druk van examinerende opdrachten. Studenten weten dat er aandacht is voor het onderwerp, maar voelen nog weinig concrete actie die hen echt helpt.”
Druk voelt steeds normaler
Gelukspsycholoog Josje Smeets ziet dezelfde beweging bij jongeren. Zij merkt dat het heel normaal is om je soms overweldigd of kwetsbaar te voelen. Onderzoek laat zien dat meer dan 60% van de jongeren regelmatig druk ervaart door school of studie, en dat bijna de helft daar stress of onzekerheid door voelt. Tegelijkertijd nemen steun en sociale vangnetten af: jongeren krijgen minder vanzelfsprekende steun van vrienden en familie. In zo’n context is het niet vreemd dat iemand af en toe vastloopt. ‘Even niet oké zijn’ is dan geen falen, maar een signaal dat je ruimte nodig hebt om te herstellen en te groeien. Jongeren die erkennen hoe het met ze gaat, steun zoeken en kleine stappen zetten om veerkracht op te bouwen, komen er juist sterker uit. Veel van hen geven zelfs aan gelukkiger te worden. Even niet oké zijn is heel normaal. Het normaliseren van kwetsbaarheid helpt hen juist vooruit.”
“Het is vaak onzichtbaar, en dat maakt het extra moeilijk”
De laag die niemand ziet
Toch ziet Faye dat veel studenten die stap naar hulp niet durven te zetten. “Ze zijn bang dat hun probleem ineens heel groot wordt, en naar iedereen gaat.” Daarom maakt ze zich binnen en buiten de CSR hard om ervoor te zorgen dat studenten weten dat het MBO Knooppunt bestaat. “Wat veel studenten niet weten, is dat we op VISTA deze plek hebben waar je gewoon binnen kunt lopen als het even niet gaat. Het zijn geen therapeuten, maar ze helpen je wel met je mentale gezondheid. Ze kijken met je mee: wat moeten we doen zodat jij je weer helemaal top voelt? En je probleem blijft gewoon zo klein als het is; zij helpen je het op te lossen. Ouders of docenten zien ook niet altijd wat er speelt, omdat alles tegenwoordig op de telefoon gebeurt. Daarom moet je blijven praten over hoe je je voelt. Het is geen zwakte.”
“Openheid kan heel helpend zijn, maar alleen als de omgeving veilig voelt”, legt Lotte Aartse (JOBmbo) uit. “Een gesprek in de klas kan goed werken, maar niet direct in het begin van het jaar als alles nog nieuw is. En docenten mogen ook best laten zien als het even minder gaat, als ze even niet zo lekker in hun vel zitten. Dat maakt het voor studenten makkelijker om ook open te zijn.”
Heb je vragen of zit je ergens mee?
Thuis, je gezondheid (ook gevoelens, angst of stress), geldzaken, wonen, sociale contacten of iets anders: je staat er niet alleen voor. Via het MBO Knooppunt is vaak snel extra ondersteuning mogelijk, gewoon op school en laagdrempelig. Je mag altijd aankloppen.
Wat onder de radar blijft
Die verborgen laag – wat er gebeurt buiten het zicht van ouders en docenten – herkent loopbaanconsulent Paul Boijon maar al te goed. “De jongeren van nu hebben het zwaar,” vertelt hij. “Niet alleen door prestatiedruk, maar vooral door alles wat zich buiten beeld afspeelt. Dingen die wij niet zien. Op telefoons, tussen lessen door: foto’s die worden doorgestuurd, bedreigingen op de wc, groepsdruk, bankpasjes die jongeren voor anderen moeten aanvragen. Het is vaak onzichtbaar, en dat maakt het extra moeilijk.”
Maar volgens Paul is dat nog niet alles. “Jongeren moeten op allerlei fronten iets waarmaken. Ze moeten sterk zijn, goed presteren, erbij horen, bereikbaar zijn, voldoen aan wat ze thuis gewend zijn én aan wat ze online voorbij zien komen. Dat schuurt soms aan alle kanten. Het is niet dat ze minder aankunnen dan vroeger; ze hebben gewoon veel meer te dragen.”
Wanneer de stapel te groot wordt
Wat Paul dagelijks in één-op-één gesprekken ziet, herkent Gwenda Engels, onderzoeker mentale gezondheid en jongvolwassenen bij de GGD, op grotere schaal. “Wat mij in gesprekken met studenten het meest is bijgebleven, is dit: problemen zijn zelden één probleem. Het gaat mis wanneer dingen zich opstapelen – thuissituatie, geldzorgen, cultuurverschillen, prestatiedruk, eenzaamheid – en iemand nergens meer lucht vindt.”
School valt vaak als eerste om
“De mbo-student bestaat niet. Het zijn individuen met totaal verschillende achtergronden en contexten. Maar wat ze gemeen hebben, is dat problemen zich vaak opstapelen – maar hoe dat gebeurt, verschilt enorm. Zorgen thuis, verantwoordelijkheden voor broertjes of zusjes, armoede, psychische klachten die in sommige gezinnen niet worden erkend, verwachtingen van ouders, culturele taboes rondom praten over emoties. En dan valt school vaak als eerste om – niet omdat iemand het niet kan, maar omdat alles tegelijk te zwaar wordt.”
“We onderschatten hoeveel kracht er zit in die sociale verbinding”
“En dan maakt het zó’n verschil wanneer er één volwassene is die simpelweg ziet dat het niet goed gaat. Niet om het op te lossen, niet om een lijstje tips te geven, maar om te vragen: ‘Wat heb jij nodig?’ We onderschatten hoeveel kracht er zit in die sociale verbinding. In een luisterend oor. In een docent die zegt ‘ik miste je gisteren’, in plaats van ‘je stond afwezig genoteerd’. Dat is geen zachte aanpak; het is de hardere kern van wat werkt.”
Dichtbij blijven
Paul ziet dat terug in de vele één-op-één gesprekken die hij voert met studenten die bij hem worden aangemeld zodra een mentor voelt: hier zit meer achter dan wat we in de klas zien. “Onze kracht zit in dichtbij blijven. Eén-op-één is anders dan een klas. Dan hoeven ze niets hoog te houden. Dan durven ze te vertellen waar ze mee zitten: thuis, online, in hun hoofd. En dan kun je samen zoeken naar wat wél kan. Dat vind ik het belangrijkste: jongeren helpen om als mens te groeien. Niet perfect, maar stevig. En soms zie je dan ineens dat de glimlach terugkomt. Daar draait het voor mij om.”
“De kracht zit niet in nooit breken”
Bo Hermans, studente Mediavormgeving, Signmaking en Interieur advisering bij VISTA, weet uit eigen ervaring hoe goed het doet als deze glimlach terugkomt. “Er waren tijden dat ik die lach kwijt was, dat alles zwaar voelde en ik dacht dat ik het allemaal alleen moest dragen. Maar het moment dat je weer écht lacht: dat is het moment waarop je merkt dat je terugkomt. Voor mij zit kracht niet in nooit breken, maar in de momenten waarop je even vergeet wat je hebt meegemaakt. Jongeren hebben niet altijd therapie nodig, soms hebben ze lucht nodig. Een veilige plek waar ze even kunnen zijn, even kunnen lachen, even kunnen voelen dat het leven niet alleen zwaar is.”
“Alleen iemand die het zelf heeft gevoeld, weet hoe diep het gaat”
Herkenning speelt een grote rol
Die lach kwam niet zomaar terug. Wat uiteindelijk verschil maakte, was herkenning. “Mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Iemand die begrijpt wat zo’n ervaring met je doet. Want alleen iemand die het zelf heeft gevoeld, weet hoe diep het gaat. Daarom geloof ik dat scholen veel meer moeten werken met echte verhalen; met échte mensen die laten zien hoe het is. Dan pas herkennen jongeren zichzelf. Dan pas durven ze zeggen: ‘Hé, dit lijkt op mijn verhaal.’ En dan kan er iets openbreken. Want je hoeft geen therapeut te zijn om impact te hebben; soms is het iemand die zegt: dit is niet jouw schuld. En dat kan al het begin zijn van herstel.”
Misschien verklaart dat waarom juist de kleine momenten voor Bo zo waardevol zijn. In de periode dat het niet goed met haar ging, merkte ze dat veel mensen vooral vertelden wat ze moest doen, maar zelden vroegen wat zíj op dat moment nodig had. “Even weg uit je hoofd. Gewoon met vriendinnen zijn en lachen om iets doms. Je verhaal kwijt kunnen en daarna meteen afleiding hebben.” Soms is stilte genoeg. “Dan zitten we gewoon naast elkaar. Iemand zegt: ‘Ik moet het even kwijt,’ en daarna is het stil. Je hoeft niet te praten; je voelt dat iemand je begrijpt zonder woorden.”
Luisteren zonder te repareren
Volgens Gwenda is dat precies waar het vaak misgaat: niet door een gebrek aan goede wil, maar door hoe volwassenen reageren. Daarom bestaan initiatieven als In je Bol en de Checkers, ontwikkeld door jongeren en experts van Mind Us. “Veel volwassenen schieten meteen in advies, of bagatelliseren het,” zegt ze. “Terwijl jongeren helemaal niet vragen of je het oplost. Ze willen dat je luistert, dat je het erkent, dat je even blijft.” Het zijn simpele oefeningen die volwassenen leren hoe je reageert wanneer iemand zegt: het gaat niet zo goed. “En het bizarre is,” zegt Gwenda, “hoe basaal die vaardigheden eigenlijk zijn. Maar we zijn ze een beetje kwijtgeraakt.”
Het hele plaatje zien
Vanuit dat perspectief kijkt Gwenda ook naar het onderwijs. Volgens haar helpt het onderwijs jongeren vaak nog te lineair. “We behandelen problemen nog te vaak alsof het ‘single problem, single solution’ is: een interventie hier, een poster daar. Maar zo werkt het niet. Als je wil begrijpen waarom een student struikelt, moet je het hele plaatje zien: de mens, de omgeving, de druk, de geschiedenis, het systeem dat steeds sneller draait. Wat jongeren mij vooral lieten zien, is dat erkenning en een gevoel van veiligheid geen luxe zijn, maar noodzaak. Want je kunt pas stappen zetten als iemand eerst begrijpt waar je staat. Alles begint bij gezien worden.”
Een sector die beweegt
Die beweging – van zien, luisteren en naast iemand gaan staan – gebeurt niet alleen in klaslokalen en gesprekken één-op-één. Ook op sectorniveau wordt dezelfde verschuiving zichtbaar. Beleidsadviseur Natasha Fennema van de MBO Raad ziet hetzelfde patroon terug in de hele sector. “Mentale gezondheid en beroepsvitaliteit zijn geen bijzaak, maar randvoorwaarden voor goed onderwijs. Studenten én medewerkers moeten zich veilig voelen om te zeggen: ‘Het gaat even niet goed.’ Dat is geen teken van zwakte, maar van kracht.” Ze benadrukt dat welzijn geen project is dat je aan of uit kunt zetten, maar een basisvoorwaarde om überhaupt te kunnen leren of werken. “Van landelijke coalities zoals MIND Us tot programma’s als Vitaal mbo: de sector beweegt richting een bredere aanpak waarin welzijn, toekomstbestendigheid en vakmanschap elkaar versterken.”
“Studenten dragen vaak veel meer mee dan ze laten merken of woorden aan kunnen geven.”
Wat er gebeurt als je iemand écht ziet
Loopbaanconsulent Paul Boijon weet hoe groot dat verschil kan zijn. In zijn gesprekken begint hij bijna altijd op dezelfde manier: met een genogram, een eenvoudige tekening van het systeem om een student heen. “Niet om iets ingewikkelds te doen,” zegt hij, “maar om te begrijpen wie er voor me zit. Iedere jongere heeft een verhaal, en dat verhaal bepaalt vaak veel meer dan wat wij in de klas zien.” Hij herinnert zich een meisje, ze leefde gedeeltelijk vanuit haar auto met haar hond. “Toen ze de tekening zag, zei ze: ‘Ik heb toch veel meer dan dat ik dacht.’ Dat moment blijft me altijd bij.”
Zo’n genogram opent iets, merkt hij steeds weer. Het laat studenten zien dat hun leven niet alleen bestaat uit wat zwaar is, maar ook uit mensen, plekken en ankerpunten die ze soms allang niet meer zagen. “Studenten dragen vaak veel meer mee dan ze laten merken of woorden aan kunnen geven. Als je dat niet weet, zie je alleen afwezigheid of minder resultaat. Als je het wél weet, zie je iemand die probeert overeind te blijven.”
Zijn rol is niet om iemand perfect te maken. “Mijn rol is om samen te kijken: waar zit jouw kracht, wat kunnen we doen? Soms is dat genoeg, dat iemand voelt: er is iemand die mij ziet.”
De komende maanden
verzamelen we binnen VISTA deze eerlijke verhalen over ‘Yo. Ik ben niet oké.’ Wil je meer lezen, meepraten of een verhaal aandragen of zelfs schrijven?