Enne? Ook enne!
Oprechte aandacht doet ertoe.
Op weg naar het koffieapparaat komt een collega mijn kant op. Hij is overduidelijk op weg naar zijn volgende afspraak. “Enne?” vraagt hij me in het voorbijgaan. Ik antwoord met een glimlach: “Ook enne!” En allebei lopen we weer verder…
Enne? Ook enne! Als geboren en getogen Zeeuwse heb ik best moeten wennen aan deze typisch Limburgse begroeting. Die paar korte woordjes lijken op zichzelf weinig betekenis te hebben. Maar ze hebben ook iets verbindends, afhankelijk van de toon, de blik, het moment… “Enne? Ook enne!” In het Limburgs een heldere vraag, met een helder antwoord.
Minder helder vind ik de vraag ‘En, alles goed?’ Ook zo’n vraag die bij het koffieapparaat vaak gesteld wordt. Ik weet alleen nooit zo goed hoe ik daarop moet antwoorden. Ja? Nee? Mwah?
Als antwoord op de vraag ‘En, alles goed?’ reageer ik meestal met: “Ja hoor, veel goed!” Vaak glimlacht iemand dan. Soms volgt er een: “Ach ja, veel is ook al wat!” Of: “O? Wat gaat er nog niet zo goed dan?” Een vervolgvraag, een vervolgantwoord. Maar kies ik dan alsnog voor een sociaal wenselijk antwoord? Of durf ik in het antwoord toch iets meer van mezelf te laten zien?
Nu ik zo nadenk over manieren van contact maken, moet ik ook denken aan ubuntu, een Afrikaanse levensfilosofie. In ubuntu staat de onderlinge verbondenheid tussen mensen en tussen mens en natuur centraal. We zijn allemaal onderdeel van een groter geheel. Die onderlinge verbondenheid spreekt voor mij ook uit een traditionele begroeting uit de Zulu-taal. Een begroeting tussen twee mensen, beginnend met “Sawubona” – Ik zie jou! door de een, gevolgd door “Sikhona” – Hier ben ik!, door de ander.
Ik zie jou… Hier ben ik! De manier waarop we elkaar bewust of onbewust begroeten, raakt voor mij als practor gepersonaliseerd leren ook aan een pedagogisch vraagstuk. Namelijk dat van aandachtige betrokkenheid in het onderwijs.
In haar proefschrift uit 2022 legt Lisette Bastiaansen uit dat aandachtige betrokkenheid een belangrijke pedagogische grondhouding is. In deze grondhouding komen drie elementen samen: aandachtig zijn (zonder oordeel of eigen belang openstaan voor de student), aanwezig zijn (bewust in het moment, in het hier en nu met de student) en betrokken zijn (studenten ondersteunen in het zelf groeien als mens, als beroepskracht, zonder het van de student over te nemen).
Aandachtige betrokkenheid zorgt ervoor dat studenten zich gezien voelen. Aandacht doet ertoe, niet alleen de aandacht van onze docenten, maar van ons allemaal. Het draagt bij aan het welbevinden en de ontwikkeling van studenten. Het goede nieuws? Het gaat daarbij niet om grote gebaren. Soms begint die aandacht bij een groet, een vraag, een moment van oprechte interesse. En misschien zelfs bij iets kleins als: “Enne? Ook enne!”