Taal als brug naar een nieuw leven
Gezien worden en meedoen, dat is wat hier telt
In de gangen van het TAAL+ gebouw lijkt de wereld zich voor je ogen af te spelen. Je hoort dialecten uit de omgeving, naast talen uit alle windstreken en ziet jonge mbo’ers met laptops naast volwassenen die opnieuw leren lezen en schrijven. Inburgeraars oefenen hun eerste Nederlandse zinnen, laaggeletterden vinden hier eindelijk woorden die ze lang niet hebben kunnen gebruiken. Klanken, kleuren en levensverhalen kruisen elkaar, en samen vormen ze een levendige stroom van mensen die vooruit willen. Niet allemaal vanaf hetzelfde startpunt, maar met hetzelfde doel: grip krijgen op het leven dat voor hen ligt.
Geen taalschool
Taal+ voelt vanaf het eerste moment al anders. Het is geen pure taalschool, maar een plewaar ensen opnieuw proberen deel te worden van een samenleving die hen soms nog vreemd voorkomt. Docenten brengen meer mee dan lesstof: energie, humor, geduld en een bijna tastbare betrokkenheid. Alsof elke les zacht fluistert: je staat er niet alleen voor.
In deze wereld spreken we met Judith Wolfs, onderwijskundig leider, en Annelies Linssen, opleidingsmanager. Judith werkt hier al tien jaar, Annelies nog geen jaar. Toch praten ze als collega’s die al jaren schouder aan schouder staan. “Judith is een onmisbare kracht,” zegt Annelies. Judith glimlacht. “We zijn een sterk team. We kunnen niet zonder elkaar.”
Tien jaar groei die niet ongemerkt voorbijging
Toen Judith begon, was TAAL+ nog overzichtelijk. “We hadden zo’n negenhonderd studenten,” vertelt ze. “Nu zijn het er bijna tweeduizendvierhonderd. Dat is letterlijk een dorp.”
Ze laat even stilte vallen. “Zo’n groei voelt als erkenning, maar het schuurt ook. Je verliest het gemak van korte lijnen. Structuren komen erbij, processen veranderen, verantwoordelijkheden verschuiven. En je ziet collega’s minder vanzelfsprekend. Dat mis ik soms.”
Met de nieuwe Wet Inburgering kreeg VISTA de opdracht om álle inburgeraars in de regio te begeleiden. Dat maakte TAAL+ groter én complexer. Nieuwe doelgroepen, nieuwe docenten, nieuwe ondersteuners. “Eerst denk je: wat geweldig dat dit ons wordt toevertrouwd,” zegt Judith. “Maar daarna voel je dat je iets moet vasthouden dat razendsnel groeit.” Annelies vult aan: “Alsof een kind ineens een groeispurt krijgt. Dat doet soms pijn.”
De vraag achter de vraag
De essentie van TAAL+ s nooit alleen taal geweest. “Ons doel is niet dat mensen foutloos Nederlands leren,” zegt Judith. “Ons doel is dat ze mee kunnen doen.” Dat meedoen gebeurt in kleine gebaren. In de eerste vraag die iemand hardop durft te stellen. In het telefoontje dat ineens wél gemaakt wordt. In de manier waarop iemand binnenkomt: schuchter in september, trots in april.
Annelies vertelt hoe zo’n moment eruitziet. “In een oefening zeggen een deelnemers een voor een als ze de docent in een rij passeren: ‘Mag ik u iets vragen? Wat is dit?’ De docent antwoordt: ‘Dat is een pen.’ Het lijkt niets, maar voordat iemand die zin durft uit te spreken, is er al heel veel gebeurd. Iemand heeft geoefend, geluisterd, en het afgewezen worden overwonnen. Dat is enorme winst.”
Leren buiten het klaslokaal
De kracht van TAAL+ zit volgens Judith in de samenwerking, ook buiten het klaslokaal. Ze vertelt over Vidar in de Wijk, een project voor statushouders die analfabeet zijn. “Het ontwikkelbedrijf in de gemeente Sittard-Geleen gaat met ons mee de wijk in. We bezoeken de huisarts, nodigen de kredietbank uit, gaan op excursies. Alles gebeurt in de leefwereld van onze deelnemers. Eerst leren ze de woorden, daarna gaan ze kijken, daarna praten we erover. Zo gaat taal echt voor ze werken.” Het project brengt niet alleen taal, maar ook vertrouwen. Iemand die nooit in een bankgebouw durfde te stappen, loopt er nu binnen. Iemand die de huisarts niet begreep, stelt nu een vraag.
Docenten die meer doen dan lesgeven
Bij TAAL+ zijn docenten geen overdrachtmachines, maar begeleiders van levens die soms opnieuw moeten worden opgebouwd. “Zo nemen ze soms deelnemers mee naar Dress for Success voor passende kleding en meer zelfvertrouwen,” vertelt Annelies. “Ze praten over Nederlandse tradities zoals kerst of carnaval, maar ook over hoe je omgaat met verschillen. Het gaat om meer dan lesjes draaien. Het gaat om zelfredzaamheid.” Deelnemers brengen hun hele leven mee het klaslokaal in: trauma, ambitie, frustratie, hoop. Docenten schenken ze hun menselijkheid, respect en vertrouwen.
Iedereen aan boord?
De groei van TAAL+ ging jarenlang bijna ongemerkt. “Het ging organisch”, zegt Judith. Eerst deden ze wat nodig was, pas later merkten ze dat het een volwaardige organisatie was geworden, met regels, processen & verantwoordelijkheden en dat vraagt aandacht. “Je wilt vooruit, maar je wilt ook dat de nieuwe collega’s kunnen landen. Je wilt met de ervaren collega’s dóór, maar de nieuwe collega’s ook kansen geven,” vertelt Judith.
Annelies vult aan dat betrokkenheid hier vanzelfsprekend is. “Mensen kiezen vanuit maatschappelijke betrokkenheid, vaak naast werk of gezin, of nadat ze al carrière hebben gemaakt. Ze willen zien wat er gebeurt, weten wat er van hen verwacht wordt.” Judith: “We kijken continu hoe we dingen regelen, elkaar meenemen en iedereen dezelfde kwaliteit kunnen bieden. Een lokale kleur mag, maar de basis moet gelijk zijn.” Het is spannend, soms wennen, maar de betrokkenheid en het enthousiasme van het team maken dat TAAL+ blijft groeien.
Ambities waarmaken
Er is één vraag die steeds luider klinkt: hoe bied je mensen onderwijs dat aansluit bij hun werkelijke potentieel? “Je hebt mensen die in hun land van herkomst arts waren, architect, ingenieur, academicus,” zegt Annelies. “Wat doe je voor hen? Hoe voorkom je dat ze onder hun niveau terechtkomen? Hoe maak je ambities waar?” TAAL+ zoekt daarom steeds vaker samenwerking met het hbo en wo. Want taal is één ding. Talent benutten is iets anders.
En wat levert het op?
Judith hoeft niet lang na te denken. “We zorgen ervoor dat mensen niet aan de zijlijn blijven staan. Dat ze kunnen werken, meedoen, bijdragen. Als ze dat zelf willen natuurlijk.” Voor laaggeletterde Nederlanders betekent dat meer zelfstandigheid: zelf een formulier invullen, een baan behouden, een gesprek durven voeren. Voor de samenleving betekent het minder zorgkosten, minder isolement, meer begrip.
“Als je ziet dat iemand die eerst aan de kant stond op een dag werkt, meedoet, lacht, dan verandert er iets. Het wij-zij verhaal wordt kleiner.”
Maar boven alles levert het dit op: “Ik doe mee. Ik hoor erbij. Ik word gezien.”
Wat is Taal+
Taal+ is onderdeel van VISTA college, maar het is geen mbo-opleiding. Het is een programma voor inburgeraars en laaggeletterde Nederlanders, gericht op taal, participatie en zelfredzaamheid. De afdeling werkt samen met VISTA-opleidingen zoals Entree, maar ook met ontwikkelbedrijven, gemeente, het hbo en wo. Taal+ is de plek waar taal geen doel is, maar een deur.
Meer weten of in contact komen?
Wil je meer weten over Taal+, de projecten of de werkwijze? Neem gerust contact op met:
- Judith Wolfs, Onderwijskundig Leider (j.wolfs@vistacollege.nl) of
- Annelies Linssen, Opleidingsmanager (a.linssen@vistacollege.nl).
Ze denken graag mee, beantwoorden vragen en vertellen met liefde over hun werk.